



Tegenwoordig is steeds vaker op te merken dat bedrijfsidentiteiten, en dus ook huisstijlen en bijvoorbeeld logo’s, worden verzorgd door marketing strategisten en managers die voornamelijk uit zijn op het grote geld. Het grafisch ontwerpvak wordt hierdoor steeds meer in het nauw gedreven. Naast deze shift in opdrachtgeving speelt ook het feit dat de gereedschappen waarmee professionele grafisch ontwerpers werken steeds gemakkelijker toegankelijk zijn voor amateurs een rol. Steeds meer kleine bedrijven zullen er hierdoor voor kiezen zelf een logo of huisstijl te ontwerpen en te maken. Opdrachtgevers die normaal op een grafisch ontwerper af zouden stappen, kiezen vaker voor alternatieven, waardoor veel opdrachten voor grafisch ontwerpers wegvallen.
Om je als grafisch ontwerper van marketing strategisten te onderscheiden is het van belang een eigen stijl en visie te ontwikkelen. Hierdoor gaan steeds meer grafisch ontwerpers zich de rol van auteur aanmeten en krijgt hun werk regelmatig het aanzien van kunst.
Michael Rock geeft in zijn tekst ‘Graphic Authorship’ verschillende definities van het auteurschap binnen het grafisch ontwerpen. Een eerste voorbeeld dat genoemd wordt is wanneer ontwerpers zelf teksten gaan schrijven en publiceren over het designvak. Zij zijn hiermee inherent kritisch op hun eigen werk en dat van andere ontwerpers en leveren zo dus een zelfreflectie op hun manier van werken. Deze mate van zelfreflectie maakt dat niet alleen die tekst, maar ook het werk van de desbetreffende ontwerper een grotere context en betekenis krijgt, doordat de ontwerper zelf een stelling en ideeën over zijn werk ontwikkelt en die naar buiten brengt. Een voorbeeld van deze wijze van auteurschap is bijvoorbeeld Daniël van der Velden van ontwerpbureau Metahaven, die de tekst ‘Research and Destroy’ schreef, waarin hij de noodzaak van design aan de kaak stelde.
Een tweede voorbeeld dat Michael Rock geeft, is de manier waarop steeds meer ontwerpers hun werken niet meer dienstbaar opstellen, maar eigen initiatieven starten. Op l’art pour l’art-achtige wijze maken zij hun werken zo dat ze niet meer een puur communicatieve functie hebben, maar volledig naar zichzelf verwijzen. Een voorbeeld hiervan zijn de boeken van Irma Boom. Deze boeken hebben niet meer de dienstbare functie van informatie overbrengen, maar staan op zich zelf als object, als kunstwerk.
Een derde definitie is dat ontwerpers steeds meer de rol van redacteur aan gaan nemen. Dit kan door zelf de inhoud van een te maken boek, tijdschrift of poster te verzorgen en/of te selecteren. Deze manier van auteurschap hangt enigszins samen met het tweede voorbeeld. In beide voorbeelden worden door ontwerpers zelf initiatieven genomen en uitgewerkt. In het tweede voorbeeld gaat het echter meer om het uiteindelijke object wat ontstaat, terwijl het in dit derde voorbeeld meer gaat om de inhoud van het werk.
Ook kan dit door zelf de opdrachten te selecteren waar men als ontwerper de meeste affiniteit mee heeft. Dit laatste kan echter maar in beperkte mate, omdat veel ontwerpers nu eenmaal niet de luxe hebben alleen de meest gewenste opdrachten aan te kunnen nemen. Het is vanzelfsprekend dat grafisch ontwerpers niet alleen de opdrachten aan kunnen nemen die ze willen. Ontwerpen is immers hun baan en ze verdienen er hun geld mee. Niet alleen de selectie van opdrachten speelt dan ook een rol, maar ook de manier waarop ontwerpers en ontwerp bureaus omgaan met opdrachten, ook wanneer zij deze liever niet hadden aangenomen. Zo zeggen bijvoorbeeld de ontwerpers van ontwerp bureau Experimental Jetset dat zij elke project zien als een zelf geïnitieerd project, omdat zij binnen elke opdracht hun eigen concept ontwikkelen. Zo zeggen zij:
‘... as we see it, all projects are self-initiated.
The moment you say ‘yes’ to an assignment, the assignment automatically becomes a self-initiated project. The decision to deal with particular clients, particular restrictions, particular limitations; that decision is ultimately an artistic decision. You make the choice yourself to say ‘yes’ to an assignment, and thus, the project is self-initiated. Whether the project involves a client or not.’
Ook het hebben van een duidelijk eigen stijl speelt volgens Michael Rock mee om een grafisch ontwerper auteur te noemen. Zoals veel auteurs binnen de literatuur zichzelf een duidelijk eigen stijl van schrijven aan meten, zouden ook ontwerpers zich een eigen stijl aan moeten meten om zich auteur te mogen noemen. Door deze eigen manier en stijl kunnen zij zich onderscheiden van andere ontwerpers.
Helaas is het auteurschap binnen grafisch ontwerp echter niet zo zwart-wit. Zo is er een aantal ontwerpers dat ontkent enig auteurschap in hun werk door te laten schijnen. Een voorbeeld hier van is Wim Crouwel, die opzettelijk werkt met een grid en vaste structuren. Zijn werk lijkt op deze manier onpersoonlijker te worden en daardoor misschien gebrek te hebben aan auteurschap. Echter, doordat Crouwel zo uitdrukkelijk kiest voor deze onpersoonlijke manier van werken, kiest hij voor zichzelf een duidelijke werkwijze en daarmee ook een duidelijke visie. Deze visie maakt hij dat hij voldoet aan het laatste argument dat Michael Rock geeft in zijn tekst. Wim Crouwel toont met deze manier van werken een eigen stijl, wat van hem een auteur zou kunnen maken. Crouwel voldoet niet alleen aan dit laatste argument, maar ook aan het eerste. Hij brengt zijn visie namelijk ook naar buiten. Zo debatteerde hij bijvoorbeeld met Jan van Toorn over hoe (de subjectiviteit van) de ontwerper zich moet verhouden binnen de maatschappij
Ook wanneer een grafisch ontwerper zijn werk wel bewust een concept mee geeft, zal dat waarschijnlijk niet de enige interpretatie van het werk zijn. Zodra het werk vrijgegeven wordt aan toeschouwers zullen zij er individuele interpretaties aan geven. Op deze manier zijn de toeschouwers eigenlijk ook een soort auteur. Zij zullen hun eigen visie combineren met wat ze zien en zo hun eigen beeld vormen over wat het ontwerp is en het concept waar het voor staat. Op deze manier is dus eigenlijk iedereen, zowel de oorspronkelijke ontwerper als toeschouwer, een auteur, omdat iedereen een eigen verhaal bedenkt bij een beeld.
Maar ook op een meer letterlijke manier is er steeds meer zeggenschap en inbreng van toeschouwers in projecten van kunstenaars en ontwerpers. Bijvoorbeeld zoals in The Johnny Cash project, waarbij kunstenaar Aaron Koblin een videoclip maakt met alleen beelden gemaakt door de bezoekers van de site thejohnnycashproject.com. De kunstenaar zelf is in dit geval niet per se de maker van het kunstwerk, maar hij verzorgt de omstandigheden en het concept van het kunstwerk. Hij werkt zo in principe meer als art-director of regisseur dan als daadwerkelijke kunstenaar.
Ondanks dat auteurschap binnen het vak van grafisch ontwerpen niet zo eenduidig is als het misschien zou lijken op het eerste gezicht, vind ik wel dat een ontwerper auteur moet zijn. Op deze manier kan hij zich namelijk van amateurs en bijvoorbeeld marketing strategisten onderscheiden. Ik ben dan ook van mening dat een ontwerper niet zozeer alleen vorm moet geven aan zijn manier van denken, maar deze ook moet kunnen onderbouwen door midel van beeldende argumenten. Mijn conclusie is dan ook dat ontwerpers meer de rol van redacteur aan moeten nemen, maar ook dat zij hun eigen stijl en visie moeten ontwikkelen en deze moeten vasthouden.
Furulund, Melinda (18 mei, 2008), sbook6interview Experimental Jetset, Geraadpleegd op 21 december 2011, http://www.experimentaljetset.nl/archive/sbook6interview.html
Kelly van den Bosch, GD2A

